KNIL – Verzetsster Oost-Azië, SMI W. de Leeuw

De Verzetsster Oost Azië is een relatief zeldzame dapperheidsonderscheiding die in totaal 470 keer toegekend is in een korte periode. Een groot aantal van de toekenningen was postuum. In de volgorde zit de medaille tussen de Bronzen Leeuw en het Bronzen Kruis.

De daden van verzet waarvoor de medaille toegekend is zijn erg verschillend in vorm en daardoor onderling onvergelijkbaar. In dit verhaal gaat het over daadwerkelijk (gewapend/militair) verzet in de vorm van een (geplande) guerrilla tegen de Japanners.

Over het verzet van William de Leeuw als onderdeel van de verzetsgroep van onderluitenant L.Z. Siahaya is het volgende geschreven op de website Indisch Historisch:

Verzet op Midden-Java: Gombong en omgeving
Gombong ligt op Midden-Java in een bosrijke, heuvelachtige omgeving. Aan de vooravond van de Japanse aanval op Indië woonden er een dertigtal gezinnen: onderwijzers, officieren en onderofficieren met hun vrouwen en kinderen. De plaats was een kleine garnizoensstad van minder dan 20000 inwoners. In Gombong en omgeving is een verzetsgroep actief geweest onder leiding van onderluitenant L.Z. Siahaya en sergeant-majoor W. de Leeuw. Bij hen voegde zich ook de Timorese sergeant Tariboeka toe. Zij verzamelden en verborgen wapens, pleegden sabotage. Siahaya, De Leeuw, Faber, Camonier, Suratmann Pieters en een Indo de heer G.A.B. waren in april of mei 1942 ontsnapt uit een krijgsgevangenkamp in Bandoeng. Dit deden zij op bevel van kolonel Adelhart Toorop en majoor Van der Horst. Zij moesten proberen contact te maken met generaal W. Schilling, de commandant van de 1e Divisie, maar wisten niet waar deze zich bevond. Schilling had aanvankelijk bevel gegeven de strijd ondergronds voort te zetten. Siahaya en zijn troep bleven echter “steken” in Gombong, waar ze hulp kregen van de familie Poepaard, een mevrouw Wolff en een Indonesiër, Omar. Op hun aanwijzing en die van Indo-Europese en Indonesische lokale bevolking werden ze geleid naar waterputten waar wapens in waren verborgen. Dit was het begin van de ondergrondse in Gombong. Onderluitenant Siahaya kende deze streek goed van de tijd dat ze opgeleid en gelegerd waren in Magelang. En in Gombong was ook het huis van Siahaya dat nog door zijn gezin werd bewoond.

De heer G.A.B. deed voornamelijk koerierswerk, totdat de groep werd opgerold door de Japanners. Een getuige en andere verzetsdeelnemer, L.T.S., kende de weg naar en in de wapenkamer van het depot gelegen naast de kazerne van het 7e Bataljon in Magelang. L.T.S.’ vader werkte er eerder als beheerder en toen een andere verzetsdeelnemer S.M.J. hem om wapens voor het verzet van de groep-Siahaya vroeg, heeft hij die ontvreemd en overhandigd. Het ging om twee karabijnen, een parabellum (een pistool), drie klewangs en een paar honderd stuks munitie. L.T.S. wist dat S.M.J. betrouwbaar was via ene Johannes: deze was ook een verzetsdeelnemer. Dankzij de handkarren die hij had als klein verhuisbedrijf wist hij in de beginfase van de bezetting nog stiekem wapens te verplaatsen. Later was dat niet meer mogelijk door de aangescherpte controles door de bezetter. Toen S.M.J. aan L.T.S. wapens vroeg, had hij een brief van Johannes bij zich om de betrouwbaarheid te garanderen van S.M.J.

De verzetsgroep van Siahaya heeft de voorgenomen verzetsactiviteiten zoals gewapende aanvallen, sabotage en verkenningen kunnen realiseren. 1) Door verraad van de adjudant Gandaredja van de intendance in Gombong werden Siahaya, De Leeuw en Pieters gearresteerd rond september 1942 in de buurt van Kanangbolan, zuidelijk van Gombong. De mannen werden naar de gevangenis in Poerworedjo gebracht. Ze zijn door onthoofding geëxecuteerd in Antjol, Batavia. G.A.B. wist onder te duiken in Bandoeng. De heer S.M.J. en zijn broer P.C.J. slaagden er ook in buiten bereik van de Kenpeitai te blijven. Het lot van de andere deelnemers is niet bekend. 2)

1) Immerzeel en F. van Esch (red.), Verzet in Nederlands-Indië, pp. 204-205. P. van Meel (red.),Tanda Kehormatan KNIL, Dordrecht 1985, pp. 39-40.
2) S.M. Jalhay, Jalhays kleine oorlog, Den Haag 1981.”

De dienstaat van William de Leeuw uit het Nationaal Archief:

Het graf van William de Leeuw (foto van de oorlogsgraven stichting):

In het boek van Spaans “De Geest Overwint” is het citaat van de toekenning terug te vinden:

Heeft zich onderscheiden door daden van moed en trouw in de verzetsstrijd tegen de Japanners. Was leider van de verzetsgroep Gombong. Met de onderluitenant Siahaja haalde hij uit de Japanse opslagplaatsen 300 parabellums en verdeelde deze onder de bij zijn groep aangesloten militairen. Bovendien was deze groep in het bezit van een geheime zender, waarmede de verbinding op Java in stand werd gehouden.

Hij was bezig een krachtige guerilla-activiteit voor te bereiden. Hij werd echter overmeesterd door de Japanners, terwijl hij met wapens in de hand stond en ging daardoor kansloos naar de krijgsraad te Batavia, waar hij op 25 maart 1943 ter dood werd veroordeeld.

Dit is wat ik tot op heden heb weten terug te vinden over William de Leeuw, een foto heb ik helaas nog niet gevonden. Wat opvallend is dat Onderluitenant L.Z. Siahaya niet onderscheiden is voor zijn aandeel in de verzetsgroep. Van de gehele groep met meerdere slachtoffers is alleen De Leeuw postuum onderscheiden.